Een nieuw blog


Blog van kinderboekenschrijfster Netty van Kaathoven. Zoek je informatie over een van mijn boeken klik dan rechts op het juiste label en je krijgt de selectie die je zoekt. Klik op mijn foto als je mijn website met al mijn boeken zoekt.
Wil je een van mijn schrijfsels of foto's ergens voor gebruiken, stuur me dan vooraf een verzoekje.
Veel leesplezier!

woensdag 26 december 2012

Waar is Bram?

De dag voor kerst wandelde ik met mijn honden in het bos. Uit een coniferenhaagje verderop - daar speciaal met dat doel geplant - klonk een geweerschot: jagers! Ik bewoog mijn ultragrote witte paraplu maar eens opvallend op en neer, zodat ze mij en de honden niet voor loslopend wild aan zouden zien. Jagers en ik, we zullen elkaar nooit begrijpen. Wat is nou de lol van het neerknallen van een prachtig dier. En wat voor verschil maakt het dan nog als je van een fazant overgaat naar haas, naar een ree, naar een hert, naar een mens misschien?
Nee, een mens mag niet, daar heeft u gelijk in, al doen sommige 'jagers' het toch.

Bij de tweede knal zag ik twee reeën vluchten, naar een bosje in mijn buurt. Daar waren ze echter nog niet veilig. Ik liep met de honden in een boog om hen heen en toen ik daar was lijnde ik Loeky aan. Hij heeft nog steeds de vreselijke asielgewoonte, ondanks langdurige kattentherapie met YouTubefilmpjes om tekeer te gaan tegen katten. Dus ik fluisterde dat ik in de bosjes een poes zag. Luid blaffend stoof hij erop af zo ver zijn lijn reikte.
De reeën op hun beurt stoven het bosje uit en vluchtten naar het dichte begroeide sparrenbos, een stukje verderop. Gevolgd door drie dikke hazen. Dat was mijn bedoeling.
De jagers, vleugellam gemaakt door een mens in hun schootsveld, hadden het nakijken.
Toen ik hen passeerde groette ik vriendelijk.
Ik zag dat een van hen een telefoon aan het oor hield. Ik stelde me zo voor dat hij zijn vrouw belde die op dat moment kerstinkopen deed bij de super. 'Neem maar zo'n kalkoending mee, vrouw, want het wordt niets meer vanmiddag,' zou hij kunnen zeggen.

Vanaf dat moment vraag ik me af waar Bram nu is. Ik schreef al eerder over hem, klik hier.
Elke nacht stond Bram ijverig met zijn gewei te schrapen aan de bomen achter mijn tent. 's Morgens keek hij me stomverbaasd aan als ik met de honden uit de tent kwam rollen. Op zijn gemakkie wandelde hij dan naar de boomgaard, een tiental meters verderop om daar in het lange gras te gaan liggen met zijn twee hertenvrienden. Aan de geweien te zien allebei een stuk jonger dan hij.
Elk jaar is het weer spannend of Bram de kerstdis overleefd heeft. Want zodra een dier een naam krijgt, raak je aan hem gehecht. Wil je niet meer dat hem iets overkomt.
Het is te ver om even te gaan kijken of hij zich goed heeft verschanst tussen de appelboompjes.

Misschien zit er in Zeeland nu een familie te 'genieten' van een feestdis met een heerlijk stukje Bram. Eindelijk geschoten door een jager en gedeeld met heel veel vrienden en familie, want van Bram kan een heel kindertehuis een aantal dagen eten.
En dan zullen wij hem volgende zomer missen op de camping.
Maar ik hoop zo ontzettend dat hij het gered heeft! En dat hij mij volgend jaar weer uit mijn slaap houdt met zijn geschraap en geknaag.

Ik hoop ook zo ontzettend dat steeds meer mensen zullen gaan kiezen voor een diervriendelijke kerst. Want ook die plofkalkoen hoort niet op tafel.

donderdag 20 december 2012

Dun ouwe kerststal


Ik dacht ut al, toen ik in mei
Naar buiten werd gedrage
Ik dacht ut al, da klopt toch nie
Un kerststal mé deez dage


En nergens diejen grijze mins
Mé zun pet en zun sigaar
Hij flanste men in inne middag
Vur slès ooit in elkaar


Nou stao ik in un hil vrimd huis
En Kerstmis kumt er an
Twee kiendjes en un kwispelhundje
Daor word ik wiebel van


Ut meiske frot un lèmpke
Dur de strooikus van men dak
Mar mé zo'n rooigloei knipperding
Ben 'k heel nie op men gemak


De kunningen, dur zen dur twee
Dun andere is gevalle
Die moete ginds, bij ut gordijn
En nog nie bij de stalle!


Ut hundje nimt un schùpke mee
En bet um rap in twee
Dan springt-ie tegen men daksken op
Dun engel suist naor benee


Ik heur nie in zo'n jong gezin
Ze zen me hier te vlug
Ik wil wir naor men ouwe vriend
Waorum brengt niemus men terug?


As ut ventje mé de schùpkus speult
Zun wengskes van spanning rood
Dan heur ik um zuutjes vrage:
hoe lang bleft Opa nog dood?


(c) Kaat Roozal Klik hier

maandag 17 december 2012

Het meisje met de cavia

Elke dag als ze uit school kwam ging ze eerst een uurtje op haar kamer zitten. Met de rug tegen de verwarming, haar cavia op schoot. Haar lange blonde haren liet ze als een veilig gordijn over haar gezicht, de cavia en haar tranen vallen. Achter dat gordijn waren ze veilig.
Verder was er weinig opmerkelijks aan het meisje. Of het moest zijn dat ze een beetje stil was misschien, en nooit nam ze eens vriendinnen mee naar huis. Maar dat vonden haar ouders wel rustig.
Ze had ook geen vreemde bril, ouderwetse kleren of een pukkel op een verkeerde plaats. Ze stotterde niet, sleepte niet met haar been en had ook geen gehandicapt zusje waar ze voor moest zorgen.
Waarom ze dan mikpunt was van al die treiterijen op school? Ze wist het echt niet. Ze wist alleen dat het zo was. Dat het elke dag zo was en dat ze er best weer tegen kon als ze een uurtje tegen de verwarming met haar cavia op schoot alleen warmte had gevoeld en gegeven.

Tranen
Ze reageerde op een oproep van mij op een site voor kinderen die te maken hebben met pesten. Ik belde haar en ze huilde tranen met tuiten. Ik belde haar nog een keer en opnieuw huilde ze tranen met tuiten. Maar deze keer vertelde ze dat ze eindelijk haar moeder had verteld wat er al bijna twee jaar gaande was. Haar moeder wist ook niet wat ze eraan konden doen, misschien moest ze eens wat flinker worden.

Ik deed behoorlijk wat research voordat ik mijn boek 'Ik weet je te vinden' schreef.
De tranen van dit meisje bleven mij het meest bij. Op haar verzoek verwerkte ik het gesprek met haar niet in het boek.

'Extreem grappig'
Wel verwerkte ik het interviewtje met 'Lars' in mijn boek. Hij vertelde:
'We hebben vorig jaar een website gemaakt voor een jongen uit de klas. Nee, eigenlijk niet voor hem, maar over hem. Dat vonden we zelf wel grappig. Extreem grappig, eigenlijk. We hadden er foto's op gezet van hem die we gemaakt hadden met een mobiel. Daar hadden we dan weer meisjes bij geplakt.'
Zo gaat het nog een stukje door, van kwaad tot erger en het eindigt met:
'Zijn moeder kwam nog op school en die moest huilen toen ze bij de directeur was. Dat zag mijn zusje toen ze langsliep. Toen hadden we nog meer lol natuurlijk. De jongen hebben we nooit meer gezien bij ons op school. We missen hem niet echt.'

Een podium
Heftige discussies kreeg ik met mijn proeflezers. Dat het toch belachelijk was om zo'n jongen ook nog eens een podium te geven in mijn boek. Toch liet ik het erin.
Soms moet je confronterend en niet-alledaags laten zien wat pesten met iemand doet. Ik liet dat zien in het fictieve verhaal (tweederde van het boek) over Anoek die via het internet gepest wordt. Maar ik liet het ook zien in de interviewtjes van gepesten en dus van pesters. Zij zijn veroorzaker en onderdeel van het probleem. Gelukkig roept het stukje van Lars bij lezers veel weerstand op.
En dat kinderen Lars 'cool' vinden heb ik nog niet gehoord, maar misschien is de drempel om dat te uiten erg groot.

Verder staan er in het boek veel tips. Voor pesters (want hoe verander je zonder gezichtsverlies in je vriendenkring je gedrag?), gepesten, ouders en leerkrachten.
Het boek kwam vier jaar gelden uit, maar helaas is het actueler dan ooit.
Ik hoop dat veel leerkrachten het weer uit de kast halen en dat kinderen het weer lenen in de bieb. En dat ouders er een handvat in vinden om het gesprek met hun kinderen aan te gaan.

Kopen kan ook nog steeds, er ligt nog een kleine voorraad bij de uitgever voor de snelle beslissers: klik hier om een fragment te horen of te lezen. En om te bestellen.
De uitgever maakte er ook een lesbrief bij. Uiteraard gratis te downloaden en te gebruiken.

zaterdag 8 december 2012

Mevrouw Steenbakkers belazert de kluit!

Onze gemeente neemt de nieuwe taken van de WMO serieus. Als je een hulpvraag hebt, kun je voortaan digitaal 'De eigen krachtwijzer' invullen. Dat klinkt nog eens positief.
De gemeente speelt geen Sinterklaas meer, geen gezeur over tekortkomingen in je leven, nee, ze gaat mensen aanspreken op wat ze wel kunnen en willen. En ze nodigt mensen ook meteen uit om een steentje bij te dragen aan het leven van anderen en aan de samenleving.

Nou u. Dat klinkt prachtig toch?

Een voorbeeld geven ze ook. Ik citeer:
'Mevrouw Steenbakkers klopt aan voor een scootmobiel, want ze is niet meer goed ter been, boodschappen doen gaat moeilijker, sociale contacten onderhouden ook en ze voelt zich daardoor eenzaam. In een keukentafelgesprek is de uitkomst dat ze uiteindelijk helemaal geen scootmobiel nodig heeft, maar dat ze gaat koffieschenken in 't Buurthuis op vrijdagochtend en zich ook aansluit bij de cursus bloemschikken op donderdagochtenden in 't Spectrum. Ze heeft dan gezelschap, kan samen met een andere bezoeker boodschappen doen en ze draagt bij aan het samenleven in de buurt.'

Nou u weer!

Hier staat dus eigenlijk dat wij als belastingbetaler erg blij moeten zijn met zo'n accurate gemeente. Voor je het weet zit je met zijn allen belasting te betalen voor Mevrouw Steenbakkers die met sint en kerst niets kreeg en nu maar eens een scootmobiel cadeau wil. Ze wil ook hebben, hebben, hebben. Net als wij. Ze belazert de kluit, want ze kan heus wel zelf lopen, al gaat het wat moeizaam.
Maar zo zijn we niet getrouwd! Dat belastinggeld kan beter naar wat nieuwe matrixborden boven de snelweg, zodat iedereen weet dat je fijn 130 mag rijden. Niet in je scootmobiel, maar toch. Die borden kosten een aardige duit! En daar hebben we allemaal wat aan. Dat heeft de gemeente dus mooi gefikst!

Dat vindt u toch ook?

En toch zie ik een ander beeld.
Ik zie Mevrouw Steenbakkers met haar rollator moeizaam naar haar koffieklusje scharrelen op vrijdagochtend. Daar zet ze steeds voorzichtig drie kopjes op het plankje van haar rollator en brengt die naar de andere mensen die een bijdrage zitten te leveren aan die maatschappij door met elkaar te praten over elkaars ziektes en over wie er dood is gegaan deze week. Of zal gaan volgende week. In gedachten huppelt Mevrouw Steenbakkers echter de zaal rond, want ze hebben gezegd dat ze heus wel fijn zelf nog kan lopen. Als ze maar wil.

Een halfje wit

Na afloop gaat Mevrouw Steenbakkers even langs de bakker en de slager, met de oude man van de overkant, die ook een halfje wit voor het weekend wil. En een onsje boterhamworst, dat bij de slager toch lekkerder is dan bij de supermarkt.
Hij zwaait driftig met zijn stok tijdens het oversteken, zodat de auto's stoppen om Mevrouw Steenbakkers rustig naar de overkant te laten stiefelen.

Daarna nemen ze afscheid met een knikje en gaat Mevrouw Steenbakkers naar huis, waar ze blij neerploft in haar stoel, met de prettige gedachte dat ze volgende week donderdag alweer naar bloemschikken mag, zodat ze dan weer wat mensen ziet.
Liever was ze op zaterdag met de scootmobiel naar het naburige dorp gegaan waar haar nichtje woont die drie kleine kinderen heeft. Daar is het altijd gezellig.
Of als de zon zou schijnen zou ze graag even op zondagmiddag naar de Schaapskooi scootmobieleren en daar een kopje chocola drinken. Er zit altijd wel iemand op het terras die ze kent van vroeger.
Op maandag zou ze graag haar vroegere buurmeisje bezoeken, net zo oud als zijzelf en net zo slecht ter been. Maar die woont aan het andere einde van het dorp en zo ver kan ze niet lopen.
En op dinsdag draait er een mooie film in het Citytheater, maar ze twijfelt, want dat is een halfuur lopen. En dan in het donker... Met een scootmobiel zou het in vijf minuutjes gepiept zijn.
Nee, ze vindt het al met al heel fijn dat ze geen beroep hoeft te doen op gemeenschapsgeld en weer uit kan zien naar haar bloemschikcursus op donderdag waar ze fijn zonder scootmobiel heen kan.
Jammer alleen, dat die na tien keer weer stopt.

Ik weet niet welke van de twee beelden klopt, dat van de gemeente of dat van mij.
Ik weet wel dat ik alvast driftig ga sparen voor een eigen skoet, die ik dan net zo vrolijk versier als Maarten Govaarts ooit deed in mijn boek 'De skoet van oma'.
Ik houd namelijk niet van bloemschikken op donderdag.

(Het plaatje staat er alleen bij omdat ik iedere 'Mevrouw Steenbakkers' van het dorp een vrolijk plaatje gun. Het boek is helaas niet meer te koop. Wegbezuinigd.)

vrijdag 7 december 2012

Tien jaar jonger lijkt me mooi

Radio-interviews zijn er de laatste jaren al diverse geweest over mijn boeken. Maar het laatste interview voor tv dat ik me herinner was toch wel in mijn vakbondstijd. Mijn vorige leven, zal ik maar zeggen.
Meestal betrof het een - al dan niet wilde - staking. Mijn taak als vakbondsbestuurder bestond uit stevige taal uitkramen, zodat de hele wereld overtuigd zou raken van waarlijk onrecht. Graag doorspekt met: We pikken dit niet langer... het lijkt wel vooroorlogs... erbarmelijke omstandigheden... je reinste discriminatie... weg met die grote graaiers... Die oneliners kon je dan in verschillende volgorde en gradaties, al dan niet met zwaaiende vuist, elke staking weer gebruiken en op elke vraag antwoorden.
De tv-ploeg, arriverend met piepende banden, had altijd haast want het journaal moest gehaald worden. Ik werd meestal wiebelig op de lege kist van de camera gezet (want te klein om de journalist recht in de ogen te kijken), soms gestut door een paar woest uitziende vrachtwagenchauffeurs of vuilnismannen, gehuld in stakingshesjes. Ik moest er vooral wild en onverzorgd uitzien (want we waren midden in een strijd, beste mensen). Ongeschoren lukte bij mij dan nog net niet zichtbaar, maar ongekamde haren, gebrek aan make-up, het hielp allemaal mee om een waar gevecht uit te beelden.

Maar nu mocht ik naar Omroep Brabant voor een studio-interview bij Onder Ons om te praten over mijn nieuwe boek Kappen nou! Met een hele rits behulpzame en professionele mensen om me heen die alle tijd van de wereld hadden voor een gedegen voorbereiding.

Letty, de leuke visagiste, beloofde dat ze met gemak mijn vlekkerige verkouden gezicht kon camoufleren tot er iets toonbaars zou zijn, en dat ontplofte haar door die sneeuw in de lucht kreeg ze ook wel weer netjes. Tien jaar jonger, dat moest lukken! Zeker weten. En dat lukte, dus voor het eerst verscheen ik op tv in een nette jurk en mijn haar in de lak. En tien jaar jonger (ja mensen, ik ga over vier maanden met pre-pensioen!)
En met keurige zinnen - nou ja, voor mijn doen heel keurig, vond ik zelf - zonder oneliners en zonder onrecht te bestrijden. Toch nog het nette meisje geworden waar mijn moeder zo naar verlangde.
Een lieve technoman beloofde ook nog het interview te knippen en op YouTube te zetten zodat jullie het nu zelf kunnen beoordelen.
Klik hier.

donderdag 6 december 2012

Zo veel zinloze doden...

Sommige boeken schrijf ik voor het plezier. Mijn eigen plezier, tijdens het schrijven, en het plezier van de lezers. Mijn paardenboeken bijvoorbeeld. Hoewel er regelmatig een paard doodgaat, kreupel wordt of mishandeld is, vallen ze toch onder de 'pleziercategorie'.
Andere boeken schrijf ik vanuit een soort innerlijke noodzaak. Boeken die ertoe doen. Die een verschil kunnen maken voor een jonge lezer. Guusjes geheim is zo'n boek. Over seksueel misbruik bij kinderen.
'Wie koopt er nu zo'n boek voor zijn kind?' vroeg een journalist me.
Inderdaad, weinig ouders kopen zo'n boek voor hun kind. En daar kom je ook niet gezellig mee aanzetten op een verjaardagsfeest van een vriendje. Maar ze staan volop in de bieb en in schoolbibliotheken. En worden daar gelezen door gekwetste kinderen die juist dat boek nodig hebben om dat ene stapje te kunnen zetten naar een betere wereld voor henzelf. Of door hun vriendjes die dan een helpende hand kunnen bieden.

Pas op, Tirza, over misbruik door een chatter valt ook in die categorie. Hoewel het een 12-plusboek is, kreeg ik een mail van een moeder van een negenjarige. Het meisje zat voortdurend te chatten met oudere mannen. Waarschuwingen hielpen niet. Haar moeder kocht dit boek en het kind schrok zich rot toen ze zag wat er kon gebeuren als je even niet bij de les zou blijven tijdens het chatten. 'Jij liet haar zien wat ik haar niet duidelijk kon maken,' schreef de moeder. Het chatten was exit en het meisje ging weer spelen.

Mijn nieuwste boek Kappen nou! is er ook zo een.
Steeds weer die bermmonumentjes met bloemen en kaarsen en vaak ook nog een sjaal van een favoriete voetbalclub. Steeds weer die berichten in de krant over die jonge jongens (meisjes soms ook maar die zijn meestal passagier) die een heerlijke avond hebben met overdadig veel drank. Die overmoedig geworden door die drank en de testosteron die door hun lijf giert, vinden dat ze de beste coureur ter wereld zijn. Wat kan hen gebeuren?
Die dan hun diepbedroefde ouders en vrienden aan hun graf treffen, omdat ze toch iets over het hoofd zagen. Een bocht, een kruispunt, een boom, een overstekend konijn.
Zo veel zinloze doden onder leuke, krachtige jonge mensen.

Ik wilde hen tot leven wekken in het boek Kappen nou! Een boek over een noodlottig ongeval na een avond stappen met veel drank. Een verhaal waarin Leander het niet voor elkaar krijgt zijn leven op de rails te zetten na het verlies van zijn vrienden. En te leven met het grote geheim van die noodlottige avond.
Als er maar een jongere is die door het boek te lezen, besluit om na te veel drank de sleutels bij de barman in bewaring te geven en zijn ouders of een taxi te bellen, dan is mijn werk al de moeite waard geweest.
Als er dat 10 zijn of zelfs 100 dan is dat nog veel prachtiger!
Ik hoop dat het effect van 'laten zien' wat drank in het verkeer kapot kan maken, vele mate groter is dan de vaak vergeefse waarschuwingen van ouders, leraren of rij-instructeurs. Ik hoop dat jongeren door het te lezen zich net zo wanhopig voelen als Leander zich voelt. En net zo verdrietig als ik me soms gevoeld heb bij het schrijven van dit intense verhaal. Dat kan het verschil maken.

Meer info over het boek en bestellen: klik hier
Verenigingen, scholen, rijscholen en dergelijke kunnen het boek ook 'op maat' laten maken door een eigen logo en voorwoord of info op te laten nemen.

zaterdag 1 december 2012

Toen ik zo oud was...

Mijn zwager stuurde me onlangs een oude foto waarop mijn vader te zien is. (Klik op de foto voor een vergroting). Hij staat tweede van links. Met een onafscheidelijke sigaret. Toen hij ouder was, verruilde hij die voor een sigaar. Stapels sigarendozen kreeg hij op zijn verjaardag. Hij pakte ze niet eens meer meteen uit. Agio, Willem 2. En werd er 88 mee.
Maar hier is hij nog jong, ik neem aan dat dit is in zijn verplichte diensttijd. Ik kan niet goed inschatten hoe oud hij hier is en even later (hij was toen 24) werd het oorlog. Maar toen mocht hij als 'onmisbaar' in de fabriek van zijn vader blijven werken.

Voor de oorlog lijkt mij de foto ook wat te ontspannen. Misschien leerden ze hier alvast een loopgraaf graven voor als de Russen ooit zouden komen. Of de Duitsers. Je wist maar nooit, toch?
Ik heb met hem helaas nooit gesproken over die tijd, maar ik kan me zo voorstellen dat hij het een uitje vond, die diensttijd. Recht van de lagere school vandaan, op twaalfjarige leeftijd, moest hij als oudste zoon (van vier) gaan werken in de klompenfabriek van zijn vader. Hard werken, vanaf dat het licht werd tot het donker was. En ik kan je verzekeren: opa was geen makkelijke man. Mijn vader hoefde op twaalfjarige leeftijd echt niet meer 'speels' te zijn.

Zijn moeder overleed toen hij een jaar of zeventien was. Opa hertrouwde - dat werd toen door pastoor of gemeenteambtenaar snel en efficiënt geregeld door een koppeling met een huwbare dame voor te stellen - met een weduwe met drie kleine dochters. Al gauw kwamen er nog vier broertjes en zusjes. En daarvoor moest er brood op de plank! Misschien was een paar jaar met een stel vrienden alleen simpele bevelen opvolgen wel een verademing voor hem.

En als ik dan zo'n foto zie, denk ik na over hoe ik leefde toen ik zo oud was. Zonder dat mijn ouders het wisten was ik met mijn vriendje (ongehuwd) gaan samenwonen in een dorp vijftig kilometer verderop. Een heel huis (zonder telefoon!) hadden we gehuurd, want dat kon toen nog van twee (geleende) studiebeursjes. Terwijl ze dachten dat ik braaf studeerde op een kamertje aan de andere kant van het land, was ik daar allang gevlogen. Een keer per week belde ik mijn ouders vanuit een telefooncel en draaide hun een rad voor ogen. Samen met mijn vriend ging ik naar popconcerten waar 'langharig tuig' optrad. Ik droeg ban-de-bombuttons, gekocht op een van de vredesdemonstraties die we bezochten. Ik was voor de Beatles, hij voor de Stones. De relatie liep later dan ook stuk. We woonden op groentenkistjes, een zelf getimmerd bed en een oude leunstoel van een overleden opa. En ik was BBL! Bewust BehaLoos. Want dat was hip!
Ik voelde me wild en vrij. En was dat ook.
Dat mijn ouders helemaal niets van me begrepen, begreep ik dan weer niet.
Ze konden ook niet tegen elkaar zeggen: ach ja, denk nog eens even na over hoe je zelf was toen je zo jong was. Een grotere wereld van verschil kon je je eigenlijk niet indenken!
Na een generatie al.