Een nieuw blog


Blog van kinderboekenschrijfster Netty van Kaathoven. Zoek je informatie over een van mijn boeken klik dan rechts op het juiste label en je krijgt de selectie die je zoekt.
Blogs over enkele reizen van me vind je ook door op het juiste label rechts te klikken.
Wil je me ergens over benaderen mail dan naar zjors#casema.nl en vervang daarin de # door een @

maandag 5 november 2012

Jordanië 5/ Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy...

De meeste toeristen zie ik steeds klikklak met hun fototoestel recht vooruit kijken. Dus af en toe neurie ik voor hen het oude liedje van Ramses Shaffy: Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy.
Voor wie verzuimde dat te doen, kijk wat je gemist hebt. (Klik op een foto voor een vergroting)



 


 


 
 


zondag 4 november 2012

Jordanië 4/ Be my friend

Waar je ook komt in Jordanië, overal zul je worden uitgenodigd voor een glaasje thee. Nu zijn het doorgaans maar kleine glaasjes en dorst heb je altijd met die gloeiende zon, dus is de aangeboden thee zeer gewenst. Vaak gaat de uitnodiging gepaard met een weids armgebaar naar geïmproviseerde zitplaatsen en de uitspraak: 'Be my friend'. Thee verbroedert, in tegenstelling tot alcohol die vaak alleen maar tot agressie leidt. Dat drinken ze daar dan ook niet (in het openbaar).
Overal waar je kijkt, op richeltjes, op geïmproviseerde tafeltjes, op de grond, zie je dit soort tafereeltjes. Een theepot, knus met zijn glaasjes om zich heen als een grote gezellige theefamilie.

Hier zijn we op de thee gevraagd door een Bedoeïenenvrouw die haar tent heeft geplaatst naast een aanlooproute naar een eeuwenoud dorpje, dat soms door toeristen wordt bezocht. Waarschijnlijk hoopt ze dat een van ons na de thee een van haar kettingen of armbanden koopt, die zij, zoals iedereen daar, op een tafeltje als handelswaar heeft uitgestald. Let vooral ook op het lege krukje (klik op de foto voor een vergroting). Een ijzeren geraamte dat ze zigzaggend van een stevig touw heeft voorzien, waarna je er weer op kunt zitten. Daar wordt recycling serieus genomen!

Hier zijn we opnieuw in een Bedoeïenentent, in de woestijn van Wadi Rum (daarover in een later bericht meer). Tussen een paar stenen in de tent liggen gloeiende kooltjes waarop een keteltje wordt geplaatst met flessenwater gevuld. In no time heb je kokend water. In de woestijn heeft men een heerlijke eigen thee, ware het niet dat ze er tig scheppen suiker in gooien, waardoor het brouwsel bijna ondrinkbaar wordt voor iemand die vrijwel nooit suiker gebruikt, zoals ik.
In de roze teil achterin worden de glaasjes gespoeld voor de volgende toeristen, er staat zelfs heel modern een afdruiprek naast. De warme wind doet het droogwerk.
Ook hier na afloop een blik op de verkooptafel. Heel slim smeerde een handelsman in de dop van 11 jaar oud een heerlijk geurtje op onze polsen: amber. Ik kocht het meteen, maar zie nu pas op internet dat het 'een wasachtig product uit het darmstelsel van potvissen' is. Dat klinkt toch een beetje jakkie, al ruikt het heerlijk.

Even later zetten de chauffeurs van onze gammele woestijnauto's voor ons nog een potje thee, terwijl wij op een hoge rots geklommen de zonsondergang bewonderden. Ze waren daarvoor al een keer gestopt om met wat woeste bewegingen wat droge struikjes uit het woestijnzand te rukken en die tussen ons in in de laadbak te gooien. 'Alvast om straks kerststukjes te maken', suggereerde een van onze groepsgenoten. De rest dacht dat het misschien bewijsstukken waren voor hun vrouwen om te laten zien dat ze echt vier uur lang met toeristen in de woestijn hadden rondgecrosst.
Maar nee. Men neme een zootje takjes, een beetje vuur, een zwartgeblakerd keteltje erop en binnen een minuut of wat heb je heerlijke thee voor 19 personen. Daar sta ik in mijn keuken toch minstens een halfuurtje voor te ploeteren. Voor het eerst kregen we thee in plastic bekertjes, wat verstandig was, gezien de rijstijl van de jongens. Op zo'n rit kun je beter geen glaswerk meenemen. Gelukkig werden de bekers na afloop verzameld. In Jordanië vind je namelijk overal langs de weg grote hoeveelheden weggegooid plastic. Het enige afval dat niet opgegeten wordt door de magere geitjes en schapen.

zaterdag 3 november 2012

Jordanië 3/ Wonen

Een gigagroot verschil hoe je kunt wonen in Jordanië. De plaatjes spreken voor zich.

Ben je boven de middenmoot uitgestegen en heb je een baan en geld dan woon je misschien in de hoofdstad Amman. Erg creatief wordt er niet gebouwd, geef een kind een doos blokken en een heuvel en het bouwt de stad zo na. Amman is voornamelijk een nieuwe stad. In de 'nieuwbouwwijk' waar ons hotel stond was er niemand op straat te zien, behalve de ochtend van het offerfeest, toen verschillende mensen zich ter moskee spoedden. Verder was het totaal leeg op straat. Waar de bewoners al die tijd verbleven? Geen idee. Binnen, denk ik. Ik was al twee dagen in het land en had met de groep verschillende toeristische plekken bezocht, maar had het vreemde idee dat ik enkel nog toeristen had gezien en slechts een spaarzame inwoner van de stad.  

Heb je geen geld voor een huis dan kun je wonen in alles wat onderdak biedt.
Hier woont iemand in een tweekamerwoning. Slapen in de auto waar de banken uit gesloopt zijn, leven in een heel oude, vochtige grot. Aan de rand van het toerisme; iedereen moet er langs om bij het oude kruisvaarderskasteel te komen. Je schenkt ze thee, je speelt een deuntje op je muziekinstrument, je praat ze een halsketting of mooie steen aan, je vangt een dinar voor je gastvrijheid en je kunt je dag weer door.



Als je tot de Bedoeïenen behoort, woon je wellicht in dit soort tenten. Liefst ook naast een weg of naast een toeristische attractie. Dan valt er af en toe wat te verdienen, want van die tien magere kippetjes, die twintig uitgemergelde geiten of schapen en dat ene ezeltje die tezamen je hele bezit vormen, kun je je kinderen niet voeden. En ze zagen er - zoals je op de foto kunt zien - weldoorvoed uit.

Dat ze op blote voetjes lopen over die keien is misschien niet eens een uiting van armoede, maar eerder van leefwijze. Ik weet het niet, maar ik zag deze kinderen steeds zonder schoenen en ze klommen net zo rap over de rotsen als de geiten.
Hoe het met de kinderen is gesteld in de gebieden waar je als toerist niet zomaar langskomt weet ik niet. Daar zou wel eens heel veel honger kunnen zijn, want Jordanië heeft heel veel vluchtelingen en mensen op drift te voeden.

(Klik op een foto voor een vergroting)

vrijdag 2 november 2012

Jordanië 2/ Export: zand en brains

Een land dat voor 95% uit woestijn, rotsen en zand bestaat, heeft exportproducten nodig om te kunnen overleven. Veel eten bijvoorbeeld zal moeten worden geïmporteerd en daar is geld voor nodig.  Alleen in de Jordaanstreek zag ik enige landbouw van betekenis, er is namelijk vruchtbaar land zat, maar geen water.
Buurlanden exporteren olie of gas en hebben daar hun opbrengsten van. Jordanië heeft dat niet, maar wel fosfaten. Die wij in ons dichtbevolkte land dan weer volop in de kunstmest stoppen om vervolgens ons overaanbod aan dieren van gras en mais te kunnen voorzien.
Maar er is meer export nodig.

Een van de producten ligt erg voor de hand: zand. Zand is er veel en ook nog eens in verschillende kleuren. Overal waar je komt zie je dan ook zandflesjes te koop en zie je jongens en mannen (vreemd genoeg geen vrouwen) in een open winkeltje of op straat dit zand verwerken tot afbeeldingen in kleurrijke flesjes. Dat gaat dan van rap, rap, rap,  en alweer klaar. Als toerist kun je de kunst bijna niet afkijken, want hoppa, het flesje staat alweer te schitteren op het schapje voordat jij je fototoestel hebt gepakt.

Een ander exportproduct: hersenen. Slimme mensen genoeg in Jordanië, maar geen werk. De scholieren worden opgezweept om hun schoolresultaten zo hoog mogelijk te krijgen, er is namelijk een maximum aan de studenten die worden toegelaten op de universiteit. Als je weet dat er maar 500 mensen mogen studeren, weet je dat je bij de 500 besten van het land zult moeten horen. Anders is het 'helaas pindakaas'. Of 'helaas fetakaas', dat klopt beter.
Volgens onze gids doen de meiden het per saldo beter dan de jongens. Hogere resultaten en meer meiden die op de universiteit de eindstreep halen dan jongens. Wat dat betreft lijkt me het land behoorlijk vrouwvriendelijk.
Na de studie gaan die slimme, goedopgeleide mensen elders werken. In alle landen om hen heen kun je ze vinden in goedbetaalde functies. Wat dat betreft lijken me de Jordaniërs de 'Polen van het Midden-Oosten'. Het geld dat ze verdienen wordt naar huis gestuurd, naar hun vrouw en kinderen, naar hun ouders. En dat is dan weer de economische motor voor het land.

Naast dat zand dus, waar vrijwel iedere toerist een flesje van exporteert.

(Klik op de foto's voor een vergroting) 

donderdag 1 november 2012

Jordanië 1/ Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid

Afgelopen week reisde ik met een groep door Jordanië. Ik wil de komende dagen wat blogs schrijven over dingen die mijn hart daar raakten.

Met stip op 1 stond het meisje op de roze rotsen in de stad Petra. (Klik op de foto voor een vergroting).
Terwijl onder in de kloof de verkopers van prullaria elkaar verdrongen, had zij zich een eigen rots toegeëigend een stuk hogerop. Waar weinig toeristen naartoe klimmen, maar waar ook geen concurrentie heerst. Als er iemand komt, heeft zij ook de volledige aandacht. Isoleren die klanten!
Ze zat op een plek waar je alleen komt door een smalle richel over te steken. Ben je bij haar 'op bezoek' dan voel je je alleen met haar. Ze heeft als 'stoel' een stuk rots dat onmiskenbaar een afgebroken bewerkt deel van de oude stad Petra is. Het zou me niet verbazen als ze het zelf naar de rand van haar rots heeft gesleept, om vandaar de toeristen te zien naderen. Bij ons zouden ze er uit cultuurhistorisch oogpunt een hek omheen zetten en de toeristen verbieden er foto's met flitslicht van te maken.
Daarnaast ligt een kleinere steen waar haar bezoek op mag plaatsnemen.
Ze verkoopt een stuk of tien (in plaats van honderden) halskettingen, ze heeft slechts een kleine startinvestering gedaan. En ik moet je bekennen: nadat ik alle andere marketeers had kunnen weerstaan, heb ik bij haar toch de portemonnee getrokken, met name ook om haar prachtige verhalen en omdat ze zich zomaar ineens aandiende in mijn hoofd als de hoofdpersoon voor een nieuw kinderboek.

In goed Engels sprak ze met mij over haar leven. De andere kinderen in de kloof kwamen niet veel verder dan: 'Make my day', 'Verry cheap', 'Happy hour' en in het Nederlands: 'Goedkoper dan de Hema'. 
Ik vroeg haar waar ze zo goed Engels had geleerd.
Op school natuurlijk.
Of zij dan wel naar school ging elke dag? In tegenstelling tot de andere kinderen die ik zag?
'Of course. I learn English at school. And English means money. More money.'
Kijk die heeft het begrepen.
Of het niet ver lopen was elke dag, van haar dorp op de berg naar haar verkoopstekje. Het leek me dat ik zo'n afstand zeker niet in een stief uurtje overbrug.
Ze keek me aan of ik een domme Hollander was (waar ze gelijk in had) en wees naar beneden, waar haar vervoermiddel in de brandende zon stond te suffen: 'Walk? I have my donkey!'

Ze vertelde me dat ik niet op de mooiste manier mijn foto's maakte, terwijl ik daar klikkend rond haar heen drentelde. Ze griste het toestel uit mijn handen, even vreesde ik dat ze er rap klimmend over de rotsen mee zou verdwijnen, maar nee. Ze stelde het toestel handmatig in ( ja, schaam, schaam, na jaren ken ik alleen nog maar de automatische P-stand) en klikte wat weg. De foto's die ze niet goed vond, deletete ze meteen, daarna gaf ze het toestel aan me terug. Hoe je dat leert als je in een bergdorpje bij Petra woont? Door veel te kijken en veel te vragen aan toeristen.
'So now you can make a picture of me, and ik don't ask money for it.' Ze nam een lange aanloop vanaf de gevaarlijke afgrond, sprong op haar blote voetjes op een hoge rots en poseerde als een model.
Dat ze pas zeven is zoals ze zei, geloof ik niet, ik schat haar hier een jaar of tien.
Dat de ketting die ik kocht niet door haarzelf was gemaakt, biechtte ze wel eerlijk op: 'I didn't make it myself. My mother said she did, but I'm not sure I saw her making it.'
Inderdaad, verderop lagen ze in honderdvoud ook nog bij andere stalletjes.

maandag 15 oktober 2012

Oke, nog eentje dan, al stinkt hij wel.

Omdat het zo'n heerlijk feestje was vorige week in Mechelen bij de presentatie van ons prentenboek Naar de manege nog een heerlijk ruikend plaatje. Waarschijnlijk wisten jullie nog niet dat ook stokpaardjes wel eens dringende aandrang hebben? Zie hier het resultaat.



En mochten jullie nog ergens een rode ballon zien hangen aan een schoorsteen of in een mast van een zeilschip: bevrijd hem dan even en stuur het kaartje terug. Maak je weer een kind blij. De verste ballon (in de zin van verweg, niet van net-gebakken) staat garant voor een boekenpakket van uitgeverij Clavis!

De foto's zijn gemaakt door onze opperstalfotograaf Maud Loop .
Klik erop voor een vergroting of klik op haar naam voor haar creatieve website.

Vort met dat peerd!

Het ene paard is nog maar koud de manege uitgetrippeltrappeld of het ander staat alweer te popelen om zich te laten zien aan het publiek van gillende paardenmeisjes en de wat meer bedeesde paardenliefhebbers ook. Jumper, het paard dat te maken krijgt met de enge virusziekte Rhino.

(Aan het opraken in Nederland van de vooraad boeken van Naar de manege kan overigens niets anders worden afgelezen dan dat er een bijna net zo grote vraag naar dit boek is als naar sommige andere bestsellers zoals vijftig tinten grijs. Maar er is een dubbeldikke, supralange vrachtwagen onderweg vanuit Vlaanderen - waar de uitgever zit - om ons hier van nieuwe paardenboeken te voorzien.)

In de stijgbeugels staat nu Paniek om Jumper klaar. Het vijfde deel van de serie De Paardenmeiden, voor meisjes vanaf 10 tot ongeveer 45. Het paard staat ongeduldig met de hoeven te schrapen voor de deur van de redacteur en als die het twee keer over en weer met mij heeft uitonderhandeld, gaat het naar de drukker om daarna in januari in vette stapels in de winkels te liggen. De boeken van De Paardenmeiden zijn overigens ook steeds te bestellen via ECI, mocht je daar over je kwartaalbestelling je hoofd nog moeten breken.

En dan gaan we het nog niet hebben over - o ja wel een beetje dan - de serie Kai en Kira voor kinderen van 7 tot 9 jaar die in februari of maart het levenslicht ziet. Maar daar heb ik nog geen plaatjes van want die houdt Ina Hallemans nog mooi even onder de pet.
Als superverrassing voor jullie en mij zou ik zo denken.