Een nieuw blog


Blog van kinderboekenschrijfster Netty van Kaathoven. Zoek je informatie over een van mijn boeken klik dan rechts op het juiste label en je krijgt de selectie die je zoekt.
Blogs over enkele reizen van me vind je ook door op het juiste label rechts te klikken.
Wil je me ergens over benaderen mail dan naar zjors#casema.nl en vervang daarin de # door een @

woensdag 30 januari 2013

En wat zeggen de anderen ervan?

Je kunt als schrijver dan wel denken en hopen dat je een goed boek hebt afgeleverd, het blijft toch altijd spannend wat anderen ervan vinden.
Inmiddels hebben een aantal mensen Kappen nou! gelezen.

Annemarie schrijft op Leestafel onder andere:
Netty van Kaathoven vertelt het verhaal recht voor zijn raap. Leander heeft iets gedaan wat niet goedgepraat kan worden en dat doet de auteur dan ook niet. Leander zal de gevolgen van zijn daad onder ogen moeten zien. Doet hij dat niet dan zal hij de rest van zijn leven moeten leven met een ondragelijk schuldgevoel.
En ook:
Kappen Nou! is vlot en vloeiend geschreven. Een lekker wegleesboek.
Ik ben erg blij met haar positieve recensie. De hele recensie lees je hier: Leestafel

Op JaapLeest verscheen ook een recensie. Ik kreeg van Jaap een 6,5. Dat is een ruime voldoende weliswaar, maar uiteraard ga ik met mijn volgende boek voor een dikke 8 van Jaap :-)

Jaap is kritisch op een aantal punten, maar ook positief. Hij schrijft onder andere:
Van Kaathoven beschrijft geloofwaardig het schuldgevoel van Leander, zijn moeizame omgang met de zwaargewonde vriend en de stille verwijten van de nabestaanden. Kappen nou! is een vaardig geschreven verhaal en leest lekker weg.
En ook:
Dit is geen echte young adult maar een vlot leesbaar boek voor kinderen vanaf een jaar of dertien. Van Kaathoven trapt gelukkig niet in de valkuil om plotseling hip te gaan schrijven en allerlei moderne taal te gebruiken waarvan ze denken dat jongeren die gebruiken.

Zelf zou ik eerlijk gezegd dit boek niet aan de meeste kinderen onder de 14 voorleggen. Afhankelijk van hun levenswijsheid natuurlijk. Het grote verschil kan zijn dat Jaap in een grote stad woont en dus andere jongeren om zich heen ziet dan ik op het platteland. Ik weet het niet, het zou kunnen.
De hele recensie (ook de kritiekpunten) lees je hier: JaapLeest

vrijdag 25 januari 2013

'Zusje' als luisterboek

Het succes van mijn boek Zusje, dat ben ik heeft me eerlijk gezegd blij verrast. Al binnen enkele maanden moest ik een bijbestelling doen bij de drukker. Mede door de fikse inkoop van Biblion. Het Brabantse boek staat nu dan ook in veel bibliotheken verspreid over het hele land.
Veel van de boeken zijn gekocht door ouderen. Graag halen zij, aangespoord door het verhaal in het boek, herinneringen op aan de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw.
Maar ook al snel kwamen er teleurgestelde berichtjes van ouderen die het boek niet meer zelfstandig konden lezen.
Daarom (en ook voor de jonge mensen die liever luisteren dan lezen) maakte Luisterboeken van het boek een luisterboek. Nu al te downloaden op MP3, binnenkort ook verkrijgbaar als cd.
Ik hoop dat nu nog veel meer mensen van het boek gaan genieten!
Klik op deze link om het luisterboek te bestellen.

zondag 20 januari 2013

Die knippen we eraf


Uit: De kwijte winkelkar en ander groot leed van Kaat Roozal
 
‘Waar moet hij komen?’ vraagt de jongste van de twee knapen. Hoewel, de jongste? Ze lijken allebei net zestien, maar een van de twee zal toch zijn rijbewijs wel hebben.
Ik wijs hem de badkamer waar de wasmachine geplaatst moet worden.
‘Dan haal ik hem,’ vervolgt hij.
‘Zou je eerst de oude niet weghalen?’
‘Nee, we zetten de nieuwe er wel even naast.’
‘Oké, als je het zo wilt, het lijkt mij een beetje krap,’ zeg ik nog.

Slim

Hij haalt de nieuwe machine en propt die in de volle badkamer erbij. Zijn maat klimt op de oude machine – aha, daarom liet hij hem zeker staan, als alternatief keukentrapje - en begint onhandig de trekschakelaar los te schroeven.
‘Staat er stroom op?’ vraagt hij.
‘Als je het zeker wilt weten, zet ik de schakelaar uit in de meterkast.’
De jongste knul schudt zijn hoofd om zoveel onkunde.
‘Dan zien we toch niets meer, als u de stop eruit haalt.’
‘Hebben jullie nooit geleerd dat in nieuwbouwhuizen meestal een aparte zekering voor de wasmachine is aangelegd?’
Ze kijken me aan of ze water zien branden. De oudste knul hervat zijn werk. Hij haalt de draden op een onhandige manier los.
‘Heb jij er voor gestudeerd?’ vraag ik.
‘Mijn vader zei: “Haal die van ons maar een keer los en zet hem weer in elkaar, dan weet je hoe het werkt”,’ zegt hij zonder blikken of blozen.
‘Slim van je vader.’

Met zijn tweeën manoeuvreren ze de oude machine uit de badkamer, de nieuwe staat lelijk in de weg. Dan pakken ze de nieuwe uit en bekijken samen het snoer. Er zit een stekker aan.
‘Die moeten we eraf knippen,’ zegt de oudste.
‘Die knippen we eraf,’ beaamt de jongste. Gelukkig kijkt hij voordat hij knipt hoe lang het snoer is: ‘Dat komt nooit tot boven, joh.’
Samen monsteren ze de lengte van het snoer en samen komen ze tot de conclusie dat dit niet gaat werken. Zo hoog komen ze niet met dit snoer.

Contrastekker

‘U zult een contrastekker moeten kopen,’ stelt de gestudeerde voor. Hij legt me omstandig uit hoe dat ding eruit ziet en dat hij waterdicht moet zijn.
‘En die zet ik aan dat snoer?’ Ik wijs naar het snoer op de grond.
‘Uhm, ja, misschien hebben ze een stekker met een draad eraan. Dan maakt u dat snoer vast aan die schakelaar.’ Hij wijst ver boven mijn hoofd naar de schakelaar waar ik met mijn stramme botten niet zo makkelijk bij kan.
‘Weet je wat? Maak jij die draad maar even opnieuw vast daarboven, dan kan ik hier op werkhoogte een schakelaar eraan zetten. Hoe lijkt je dat?’
Hij kijkt me teleurgesteld aan. Het is al na zevenen en ik ben niet eens de laatste klant. Morrend zet hij de bruine en de blauwe draad weer vast.

Ik volg zijn verrichtingen van beneden. ‘En de gestreepte? Zou je die ook niet vastzetten?’
‘Dat hoeft niet. Hij doet het ook wel met twee draden.’
‘Dat is de aardedraad, jongen. Zonder die draad is hij niet geaard,’ leg ik hem uit.
‘Niet geaard,’ herhaalt de jongste peinzend.
De oudste zet de derde draad ook vast. Ze vertrekken met de oude machine.

Deskundig

Ik snel naar de bouwmarkt en haal een contrastekker die ik vastmaak. Zowaar, hij doet het. Ik ben helemaal trots op mijn bijdrage. Ik pak de leesbundel die ik erbij gekregen heb en bestudeer hoe ik de machine moet bedienen. Op de eerste pagina staat met dikke rode letters:
“Let op! Laat uw wasmachine altijd installeren door een deskundige medewerker van uw leverancier. Foute installatie kan tot levensgevaarlijke situaties leiden.”

woensdag 26 december 2012

Waar is Bram?

De dag voor kerst wandelde ik met mijn honden in het bos. Uit een coniferenhaagje verderop - daar speciaal met dat doel geplant - klonk een geweerschot: jagers! Ik bewoog mijn ultragrote witte paraplu maar eens opvallend op en neer, zodat ze mij en de honden niet voor loslopend wild aan zouden zien. Jagers en ik, we zullen elkaar nooit begrijpen. Wat is nou de lol van het neerknallen van een prachtig dier. En wat voor verschil maakt het dan nog als je van een fazant overgaat naar haas, naar een ree, naar een hert, naar een mens misschien?
Nee, een mens mag niet, daar heeft u gelijk in, al doen sommige 'jagers' het toch.

Bij de tweede knal zag ik twee reeën vluchten, naar een bosje in mijn buurt. Daar waren ze echter nog niet veilig. Ik liep met de honden in een boog om hen heen en toen ik daar was lijnde ik Loeky aan. Hij heeft nog steeds de vreselijke asielgewoonte, ondanks langdurige kattentherapie met YouTubefilmpjes om tekeer te gaan tegen katten. Dus ik fluisterde dat ik in de bosjes een poes zag. Luid blaffend stoof hij erop af zo ver zijn lijn reikte.
De reeën op hun beurt stoven het bosje uit en vluchtten naar het dichte begroeide sparrenbos, een stukje verderop. Gevolgd door drie dikke hazen. Dat was mijn bedoeling.
De jagers, vleugellam gemaakt door een mens in hun schootsveld, hadden het nakijken.
Toen ik hen passeerde groette ik vriendelijk.
Ik zag dat een van hen een telefoon aan het oor hield. Ik stelde me zo voor dat hij zijn vrouw belde die op dat moment kerstinkopen deed bij de super. 'Neem maar zo'n kalkoending mee, vrouw, want het wordt niets meer vanmiddag,' zou hij kunnen zeggen.

Vanaf dat moment vraag ik me af waar Bram nu is. Ik schreef al eerder over hem, klik hier.
Elke nacht stond Bram ijverig met zijn gewei te schrapen aan de bomen achter mijn tent. 's Morgens keek hij me stomverbaasd aan als ik met de honden uit de tent kwam rollen. Op zijn gemakkie wandelde hij dan naar de boomgaard, een tiental meters verderop om daar in het lange gras te gaan liggen met zijn twee hertenvrienden. Aan de geweien te zien allebei een stuk jonger dan hij.
Elk jaar is het weer spannend of Bram de kerstdis overleefd heeft. Want zodra een dier een naam krijgt, raak je aan hem gehecht. Wil je niet meer dat hem iets overkomt.
Het is te ver om even te gaan kijken of hij zich goed heeft verschanst tussen de appelboompjes.

Misschien zit er in Zeeland nu een familie te 'genieten' van een feestdis met een heerlijk stukje Bram. Eindelijk geschoten door een jager en gedeeld met heel veel vrienden en familie, want van Bram kan een heel kindertehuis een aantal dagen eten.
En dan zullen wij hem volgende zomer missen op de camping.
Maar ik hoop zo ontzettend dat hij het gered heeft! En dat hij mij volgend jaar weer uit mijn slaap houdt met zijn geschraap en geknaag.

Ik hoop ook zo ontzettend dat steeds meer mensen zullen gaan kiezen voor een diervriendelijke kerst. Want ook die plofkalkoen hoort niet op tafel.

donderdag 20 december 2012

Dun ouwe kerststal


Ik dacht ut al, toen ik in mei
Naar buiten werd gedrage
Ik dacht ut al, da klopt toch nie
Un kerststal mé deez dage


En nergens diejen grijze mins
Mé zun pet en zun sigaar
Hij flanste men in inne middag
Vur slès ooit in elkaar


Nou stao ik in un hil vrimd huis
En Kerstmis kumt er an
Twee kiendjes en un kwispelhundje
Daor word ik wiebel van


Ut meiske frot un lèmpke
Dur de strooikus van men dak
Mar mé zo'n rooigloei knipperding
Ben 'k heel nie op men gemak


De kunningen, dur zen dur twee
Dun andere is gevalle
Die moete ginds, bij ut gordijn
En nog nie bij de stalle!


Ut hundje nimt un schùpke mee
En bet um rap in twee
Dan springt-ie tegen men daksken op
Dun engel suist naor benee


Ik heur nie in zo'n jong gezin
Ze zen me hier te vlug
Ik wil wir naor men ouwe vriend
Waorum brengt niemus men terug?


As ut ventje mé de schùpkus speult
Zun wengskes van spanning rood
Dan heur ik um zuutjes vrage:
hoe lang bleft Opa nog dood?


(c) Kaat Roozal Klik hier

maandag 17 december 2012

Het meisje met de cavia

Elke dag als ze uit school kwam ging ze eerst een uurtje op haar kamer zitten. Met de rug tegen de verwarming, haar cavia op schoot. Haar lange blonde haren liet ze als een veilig gordijn over haar gezicht, de cavia en haar tranen vallen. Achter dat gordijn waren ze veilig.
Verder was er weinig opmerkelijks aan het meisje. Of het moest zijn dat ze een beetje stil was misschien, en nooit nam ze eens vriendinnen mee naar huis. Maar dat vonden haar ouders wel rustig.
Ze had ook geen vreemde bril, ouderwetse kleren of een pukkel op een verkeerde plaats. Ze stotterde niet, sleepte niet met haar been en had ook geen gehandicapt zusje waar ze voor moest zorgen.
Waarom ze dan mikpunt was van al die treiterijen op school? Ze wist het echt niet. Ze wist alleen dat het zo was. Dat het elke dag zo was en dat ze er best weer tegen kon als ze een uurtje tegen de verwarming met haar cavia op schoot alleen warmte had gevoeld en gegeven.

Tranen
Ze reageerde op een oproep van mij op een site voor kinderen die te maken hebben met pesten. Ik belde haar en ze huilde tranen met tuiten. Ik belde haar nog een keer en opnieuw huilde ze tranen met tuiten. Maar deze keer vertelde ze dat ze eindelijk haar moeder had verteld wat er al bijna twee jaar gaande was. Haar moeder wist ook niet wat ze eraan konden doen, misschien moest ze eens wat flinker worden.

Ik deed behoorlijk wat research voordat ik mijn boek 'Ik weet je te vinden' schreef.
De tranen van dit meisje bleven mij het meest bij. Op haar verzoek verwerkte ik het gesprek met haar niet in het boek.

'Extreem grappig'
Wel verwerkte ik het interviewtje met 'Lars' in mijn boek. Hij vertelde:
'We hebben vorig jaar een website gemaakt voor een jongen uit de klas. Nee, eigenlijk niet voor hem, maar over hem. Dat vonden we zelf wel grappig. Extreem grappig, eigenlijk. We hadden er foto's op gezet van hem die we gemaakt hadden met een mobiel. Daar hadden we dan weer meisjes bij geplakt.'
Zo gaat het nog een stukje door, van kwaad tot erger en het eindigt met:
'Zijn moeder kwam nog op school en die moest huilen toen ze bij de directeur was. Dat zag mijn zusje toen ze langsliep. Toen hadden we nog meer lol natuurlijk. De jongen hebben we nooit meer gezien bij ons op school. We missen hem niet echt.'

Een podium
Heftige discussies kreeg ik met mijn proeflezers. Dat het toch belachelijk was om zo'n jongen ook nog eens een podium te geven in mijn boek. Toch liet ik het erin.
Soms moet je confronterend en niet-alledaags laten zien wat pesten met iemand doet. Ik liet dat zien in het fictieve verhaal (tweederde van het boek) over Anoek die via het internet gepest wordt. Maar ik liet het ook zien in de interviewtjes van gepesten en dus van pesters. Zij zijn veroorzaker en onderdeel van het probleem. Gelukkig roept het stukje van Lars bij lezers veel weerstand op.
En dat kinderen Lars 'cool' vinden heb ik nog niet gehoord, maar misschien is de drempel om dat te uiten erg groot.

Verder staan er in het boek veel tips. Voor pesters (want hoe verander je zonder gezichtsverlies in je vriendenkring je gedrag?), gepesten, ouders en leerkrachten.
Het boek kwam vier jaar gelden uit, maar helaas is het actueler dan ooit.
Ik hoop dat veel leerkrachten het weer uit de kast halen en dat kinderen het weer lenen in de bieb. En dat ouders er een handvat in vinden om het gesprek met hun kinderen aan te gaan.

Kopen kan ook nog steeds, er ligt nog een kleine voorraad bij de uitgever voor de snelle beslissers: klik hier om een fragment te horen of te lezen. En om te bestellen.
De uitgever maakte er ook een lesbrief bij. Uiteraard gratis te downloaden en te gebruiken.

zaterdag 8 december 2012

Mevrouw Steenbakkers belazert de kluit!

Onze gemeente neemt de nieuwe taken van de WMO serieus. Als je een hulpvraag hebt, kun je voortaan digitaal 'De eigen krachtwijzer' invullen. Dat klinkt nog eens positief.
De gemeente speelt geen Sinterklaas meer, geen gezeur over tekortkomingen in je leven, nee, ze gaat mensen aanspreken op wat ze wel kunnen en willen. En ze nodigt mensen ook meteen uit om een steentje bij te dragen aan het leven van anderen en aan de samenleving.

Nou u. Dat klinkt prachtig toch?

Een voorbeeld geven ze ook. Ik citeer:
'Mevrouw Steenbakkers klopt aan voor een scootmobiel, want ze is niet meer goed ter been, boodschappen doen gaat moeilijker, sociale contacten onderhouden ook en ze voelt zich daardoor eenzaam. In een keukentafelgesprek is de uitkomst dat ze uiteindelijk helemaal geen scootmobiel nodig heeft, maar dat ze gaat koffieschenken in 't Buurthuis op vrijdagochtend en zich ook aansluit bij de cursus bloemschikken op donderdagochtenden in 't Spectrum. Ze heeft dan gezelschap, kan samen met een andere bezoeker boodschappen doen en ze draagt bij aan het samenleven in de buurt.'

Nou u weer!

Hier staat dus eigenlijk dat wij als belastingbetaler erg blij moeten zijn met zo'n accurate gemeente. Voor je het weet zit je met zijn allen belasting te betalen voor Mevrouw Steenbakkers die met sint en kerst niets kreeg en nu maar eens een scootmobiel cadeau wil. Ze wil ook hebben, hebben, hebben. Net als wij. Ze belazert de kluit, want ze kan heus wel zelf lopen, al gaat het wat moeizaam.
Maar zo zijn we niet getrouwd! Dat belastinggeld kan beter naar wat nieuwe matrixborden boven de snelweg, zodat iedereen weet dat je fijn 130 mag rijden. Niet in je scootmobiel, maar toch. Die borden kosten een aardige duit! En daar hebben we allemaal wat aan. Dat heeft de gemeente dus mooi gefikst!

Dat vindt u toch ook?

En toch zie ik een ander beeld.
Ik zie Mevrouw Steenbakkers met haar rollator moeizaam naar haar koffieklusje scharrelen op vrijdagochtend. Daar zet ze steeds voorzichtig drie kopjes op het plankje van haar rollator en brengt die naar de andere mensen die een bijdrage zitten te leveren aan die maatschappij door met elkaar te praten over elkaars ziektes en over wie er dood is gegaan deze week. Of zal gaan volgende week. In gedachten huppelt Mevrouw Steenbakkers echter de zaal rond, want ze hebben gezegd dat ze heus wel fijn zelf nog kan lopen. Als ze maar wil.

Een halfje wit

Na afloop gaat Mevrouw Steenbakkers even langs de bakker en de slager, met de oude man van de overkant, die ook een halfje wit voor het weekend wil. En een onsje boterhamworst, dat bij de slager toch lekkerder is dan bij de supermarkt.
Hij zwaait driftig met zijn stok tijdens het oversteken, zodat de auto's stoppen om Mevrouw Steenbakkers rustig naar de overkant te laten stiefelen.

Daarna nemen ze afscheid met een knikje en gaat Mevrouw Steenbakkers naar huis, waar ze blij neerploft in haar stoel, met de prettige gedachte dat ze volgende week donderdag alweer naar bloemschikken mag, zodat ze dan weer wat mensen ziet.
Liever was ze op zaterdag met de scootmobiel naar het naburige dorp gegaan waar haar nichtje woont die drie kleine kinderen heeft. Daar is het altijd gezellig.
Of als de zon zou schijnen zou ze graag even op zondagmiddag naar de Schaapskooi scootmobieleren en daar een kopje chocola drinken. Er zit altijd wel iemand op het terras die ze kent van vroeger.
Op maandag zou ze graag haar vroegere buurmeisje bezoeken, net zo oud als zijzelf en net zo slecht ter been. Maar die woont aan het andere einde van het dorp en zo ver kan ze niet lopen.
En op dinsdag draait er een mooie film in het Citytheater, maar ze twijfelt, want dat is een halfuur lopen. En dan in het donker... Met een scootmobiel zou het in vijf minuutjes gepiept zijn.
Nee, ze vindt het al met al heel fijn dat ze geen beroep hoeft te doen op gemeenschapsgeld en weer uit kan zien naar haar bloemschikcursus op donderdag waar ze fijn zonder scootmobiel heen kan.
Jammer alleen, dat die na tien keer weer stopt.

Ik weet niet welke van de twee beelden klopt, dat van de gemeente of dat van mij.
Ik weet wel dat ik alvast driftig ga sparen voor een eigen skoet, die ik dan net zo vrolijk versier als Maarten Govaarts ooit deed in mijn boek 'De skoet van oma'.
Ik houd namelijk niet van bloemschikken op donderdag.

(Het plaatje staat er alleen bij omdat ik iedere 'Mevrouw Steenbakkers' van het dorp een vrolijk plaatje gun. Het boek is helaas niet meer te koop. Wegbezuinigd.)